Blijf psychiatrische patiënten zien als mens

Het Mattheus-effect

‘Want wie heeft zal nog meer krijgen en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen.’ (Matt. 25:29)

Dit is een vers uit de parabel van de talenten uit het evangelie volgens Mattheus (Matt. 25:29) dat ik onlangs in een lezing over armoede hoorde. Deze parabel herinnert mij aan mijn opleiding tot psychiater 40 jaar geleden waar ik leerde dat mensen niet gelijk zijn in hun mogelijkheden om deel te nemen aan de samenleving. Zij die zich in een onderhandelingshuishouding thuis voelden konden zich het beste redden. Een kleiner deel, ongeveer 15 procent, was beter af met een bevelshuishouding. Een woord dat nu helemaal taboe is. Het toen nog gangbare bestwil-principe werd geschrapt. Ik moest iedereen aanspreken op zijn eigen kracht.

Fatale gevolgen van eigen kracht

Er zijn mensen die zich kenmerken door een marginale sociaaleconomische en juridische status en door een gering cognitief en zelfoplossend vermogen. Ze hebben veel gezondheidsproblemen, laag inkomen, zeer weinig zelfvertrouwen, zijn vaak laag opgeleid, niet werkend of alleenstaand. Deze groep mensen verliest de greep op hun leven met als gevolg doelloosheid en vervreemding. Ze zijn onzeker en angstig en voelen zich afgewezen. Het resultaat is gebrek aan zelfwaardering, zelfrespect en zelfvertrouwen. Juist bij hen is veel aandacht nodig voor de begrensde rationaliteit, cognitieve en mentale capaciteiten. We komen deze mensen op meerdere plaatsen in de samenleving tegen. Vanuit mijn achtergrond als psychiater heb ik veel zicht gekregen op ernstig zieke psychiatrische patiënten en mensen met een verstandelijke beperking met gedragsproblemen. We zien ze op straat als verwarde mensen maar zij zijn ook elders waar ze bijvoorbeeld vereenzamen. De verwachtingen over hun zelfredzaamheid zijn te hoog. Omdat ze niet meekunnen in de mainstream van de maatschappij dreigt stigmatisering, marginalisering en uitsluiting.

Ernstig zieke psychiatrische patiënten zijn er altijd geweest en zullen er ook altijd blijven. Onze samenleving heeft er moeite mee om zich tot hen te verhouden. Ze kunnen een gevaar vormen voor zichzelf en hun omgeving. Al lange tijd is er overheidsbemoeienis geweest vanwege dit gevaar. De laatste jaren zijn overheid en psychiatrie zich steeds minder gaan richten op een kerntaak voor GGZ (Geestelijke Gezondheidszorg)-instellingen: ‘de bescherming van patiënten en burgers’. Op de voorgrond staat een klimaat waarin rendementsdenken, eigen kracht en meedoen aan de samenleving centraal zijn komen te staan. Zij die hier niet van profiteren raken in een neerwaartse spiraal van verwaarlozing en minachting. Zij belanden in onveilige situaties voor henzelf en hun omgeving. De signalen zijn terugtrekken in isolement en suïcidaal zijn, maar ook explosief gedrag naar de samenleving via overlast zoals brandstichting, ontploffingen en zelfs moord. In plaats van mensen uit de ellende te helpen wordt de cel een alternatief voor een goede zorg. De samenleving weet hier geen raad mee en de psychiatrie is niet meer in de positie om hier stelling tegen te nemen. De sector is een speelbal geworden tussen partijen, waardoor niemand meer aan te spreken is. We zien een collectief wegkijken: een politie die haar taken herijkt, een GGZ-sector die een onduidelijke identiteit heeft en de verzekeraar biedt geen veiligheid. Natuurlijk verdwijnen de patiënten niet die voor zichzelf of anderen een gevaar vormen. Patiënten en burgers die zich op het verkeerde moment op de verkeerde plaats bevinden zijn het slachtoffer.

Wat moet er wél gebeuren

Het is te gemakkelijk om het probleem van ‘de dolende mens’ af te doen als een probleem voor alleen de psychiatrie of de overheid. Hoe om te gaan met ongelijkheid tussen mensen in onze samenleving is niet nieuw. Ons antwoord is wel veranderd. De verzorgingsstaat zorgde via regels en uitkeringen voor hen en voor die tijd was er de christelijke charitas en diaconie. We zijn nu in een fase beland waarbij verwarring heerst. De overheid laat het afweten. De mensen in deze tijd hebben vaak geen vaste ankerpunten meer als het gaat om identiteit, betekenisgeving en zingeving. Ongelijkheid kan alleen bestreden worden door uit te gaan van menselijke waardigheid. Deze is diep verankerd in onze christelijke traditie waar geldt dat ieder mens geschapen is naar het evenbeeld van God en allen dus voor elkaar gelijk zijn. Het recht op dit medemenselijk respect en bescherming hangt niet af van wetten van de overheid. Menselijke waardigheid daagt mensen uit om hun talenten in vrijheid te gebruiken. Maar het houdt ook een verantwoordelijkheid in, voor jezelf en voor anderen, om de vrijheid ook voor anderen te garanderen. Laten we dolende of overlast gevende psychiatrische patiënten blijven zien als medemens. We moeten hun geen wetten en regels opleggen die hun vrijheid om naar vermogen aan de samenleving deel te nemen belemmert. Bij psychiatrische patiënten is aandacht nodig voor hun begrensde rationaliteit en begrensde cognitieve en mentale capaciteiten. Alleen op burgerkracht vertrouwen laat hen verder afdrijven. Er zijn individuele oplossingen gewenst waarbij mededogen en compassie voorgaan boven vergelding met schuld en boete. Laten we voorkomen dat zij die al niets hebben nog meer zal worden ontnomen en hun leven in eenzaamheid, armoede of cel moeten doorbrengen. Professionals in de psychiatrie weten als geen ander dat behandelen en beschermen van deze ernstig zieken mensen niet te vangen is in simpele protocollen met een voorspelbare uitkomst. Er is vaak levenslange aandacht nodig. En dat kost véél tijd en véél geld.

Nieuwe initiatieven en een nieuw antwoord gewenst

Er zijn nieuwe initiatieven nodig die zich specifiek op deze doelgroep richten. Voor maatschappelijk herstel is maatwerk en dus regelvrijheid nodig. Zorg, scholing, werk, dagbesteding en huisvesting kunnen zo naadloos aansluiten bij de mogelijkheden die bij déze doelgroep passen. Iedereen die deze uitdaging oppakt is welkom: bestaande GGZ-instellingen, bedrijven, buurtcentra, sportverenigingen, religieuze instellingen, belangengroepen et cetera. Zij hebben dan soevereiniteit binnen hun eigen gemeenschap nodig. Hier kunnen regels op maat gemaakt worden. Zo mag bijvoorbeeld een knellende CAO geen belemmering zijn om te werken naar eigen vermogen met daarbij passende beloning. Privacybescherming mag niet voorkomen dat zorg en veiligheid mensen kan volgen als dit nodig is. Het gaat om lokale initiatieven die zichtbaar zijn in de gemeente en daar gedragen worden.

Een samenleving die opnieuw inspiratie vindt bij respect en inzet voor menselijke waardigheid zal ons helpen oplossingen te vinden die schijnbaar onoverbrugbare tegenstellingen verbinden.  Religieuze instellingen kunnen een belangrijke bijdrage hieraan leveren vanuit hun traditie bij het vinden van oplossingen die geworteld zijn in een visie op menselijke waardigheid. Dan kan ook een succesvolle bijdrage plaatsvinden aan de vormgeving van een nieuwe humane psychiatrie. Zo wordt recht gedaan aan herstel van ernstig zieke mensen zonder de fatale gevolgen van een eenzijdig beroep op eigen kracht.

0 Gedeeld

Laat een reactie achter