In de Hof van Olijven

Nu de vastentijd bijna de Goede Week in gaat vind ik dat een mooie aanleiding om bij folio 123 (Belles Heures) van de Gebroeders van Lymborch stil te staan: Jezus in de Hof van Olijven. Deze afbeelding hoort in het getijdenboek bij de metten van de lijdenstijd: Het ochtendgebed in de Goede Week. (De Goede Week is in de christelijke traditie de week voor Pasen)

Na het laatste avondmaal wilde Jezus nog bidden en nam drie van zijn leerlingen mee naar wat in de traditie de Hof van Olijven is gaan heten. Zij komen daar door een beek over te steken. Hij vraagt aan Petrus, Jakobus en Johannes om met hem te waken terwijl hij zelf iets verder neerknielt om te bidden. Zijn gebed is vol menselijke twijfel. Jezus vraagt aan God, zijn Vader of zijn smartelijk lot niet voorkomen kan worden: “Laat deze beker aan mij voorbijgaan.” Dit tafereel zien we linksboven waar Jezus zijn handen ten hemel richt naar God, zijn Vader. De beker en de hostie staan symbool voor zijn lichaam en bloed. Het aangereikte kruis kondigt zijn niet te vermijden kruisdood aan en Jezus accepteert zijn lot: “Niet wat Ik wil maar wat U wilt” Op de achtergrond zien we verfijnd scharlaken goudbrokaat: het rood van het lijden nog bevestigd door de geraffineerd met goud getekende palmtakken die symbool staan voor het martelaarschap. Olijfbomen sluiten dit hoekje af. Rechtsboven zien we een stad. Dit is ongetwijfeld ‘het nieuwe Jeruzalem’.

De plek waar Jezus bidt wordt omheind door een gevlochten hekwerk zoals dat in de tijd van de gebroeders gebruikelijk is. Daarbij zien we een ‘brug’ over de Kedron liggen waarover Jezus zich weer bij zijn leerlingen voegt zoals de evangelist Johannes beschrijft. Een indrukwekkende ruige weerbarstige rots vormt het centrum van het tafereel, zoveel moois is er niet te verwachten. Uit de rots zien we bovendien een slang kruipen, het venijnige ongeluksdier dat we kennen uit het scheppingsverhaal.

De broers Paul en Jean tekenen voor die troosteloze rotspartij een prachtig menselijk tafereel. Jezus ziet teleurgesteld dat zijn vrienden niet waken maar slapen: “De geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak” constateert hij.  Aan de vooravond van zijn lijden vallen zijn beste vrienden in slaap. Jezus is niet boos maar kijkt zowel bedroefd als minzaam naar zijn leerlingen. Het lijkt wel of je het snurken van Petrus kunt horen ondanks dat zijn zwaard stoer naast hem ligt. De jeugdige Johannes schurkt vertrouwelijk tegen Petrus aan gedompeld in de slaap der onschuldigen. Jakobus droomt van betere tijden met de hand van Jezus teder op zijn hoofd. Jezus staat er alleen voor.

Het zal niet lang duren voor dit tafereel wreed wordt verstoord. Er ligt een waas van geel en goud over deze miniatuur, wat je op een gedrukte afbeelding niet kunt zien. Volgens mij hoef je niet gelovig te zijn om geraakt te worden door het tafereel als je een beetje weet wat hier gebeurt. Een toppertje van Paul en Jean van Lymborch.

Hubert Hendriks

0 Gedeeld

Laat een reactie achter