Patiënten moeten artsen vertellen wat ze wel en niet willen.

Interview met Holkje van der Veer, Trouw 11 juni 2019

Als patiënten mondiger en sociaal vaardiger worden, kunnen ze zich met overtuiging als cliënt gedragen, betoogt schrijfster zuster Holkje van der Veer. Dat betekent: artsen vertellen wat ze willen en niet willen. Daar wordt iedereen beter van.

Het gebruik van het woord cliënt voor patiënt betekent dat je marktwerking binnen die sector toelaat”, zei voormalig Denker des Vaderlands René ten Bos een paar maanden geleden.

De vervanging van patiënt door cliënt is een sprekend voorbeeld van de vele woorden die steeds meer een financiële, meestal neoliberale betekenis krijgen. Patiënt is typisch een woord uit de publieke sfeer, cliënt stamt uit de private sfeer. Wanneer de een de ander verdringt, heeft dat betekenis.

Ten Bos: “Een klant bij een groentezaak is iets anders dan een burger, een student of een patiënt. Een patiënt heeft bepaalde rechten die te maken hebben met bijvoorbeeld integriteit van het lichaam, het recht op privacy. Daar denk je niet aan bij iemand die een stengel prei koopt.”

Net als Ten Bos is schrijfster zuster Holkje van der Veer kritisch over marktwerking in de zorg. “Maar het woord patiënt roept meer op, ik hoor er ook machtsongelijkheid in.”

Van der Veer, die dominicanes is, heeft het syndroom van Marfan, een genetische afwijking waardoor zij een speciale skeletopbouw heeft en haar bindweefsel zwakker is. “Ik ben lang, maar als ik mijn armen uitsteek ben ik nog langer dan dat ik lang ben.” De afwijking heeft ook invloed op haar aderen, waardoor zij hart- en longproblemen heeft.

U bent patiënt.

“Als ik naar mijn cardioloog ga, omdat er geregeld moet worden gekeken hoe mijn hart zich ontwikkelt, dan ben ik patiënt. Voor mijn fysiotherapeut, waar ik een paar keer per week heen moet, ben ik een cliënt.”

Waarom dit verschil?

“Patiënt, daar zit ook een beetje dat woord patient in, wat geduldig betekent. Moet ik geduld hebben? Mijn mankementen lijdzaam ondergaan? Doen wat die ander zegt? Blllggg, daar word ik kriegel van.”

Wat is er tegen geduld?

“Ik draag mijn handicap niet lijdzaam. Ik heb er mijn leven lang voor geknokt niet te worden weggezet als gehandicapte. Wie in de gehandicaptenzorgwereld terechtkomt, zit in zijn eigen reservaat. Tijdens mijn studie heb ik iets geweldigs meegemaakt. We zaten op een avond bij elkaar, toen een van mijn medestudenten opperde het Pieterpad te gaan lopen. ‘Holkje’, vroeg iemand, ‘loop je ook mee?’ Dat heb ik een grote eer gevonden. Ik werd niet gezien als een patiënt die niet kan lopen. ‘Ja, dat is goed’, zei ik, ‘maar dan haal ik eerst mijn rijbewijs, zodat ik de bagage kan vervoeren en voor eten onderweg kan zorgen’. Ik wil in het gewone leven serieus worden genomen, om te kijken op welke manier ik toch kan meedoen.”

Draagt het gebruik van het woord ‘cliënt’ daaraan bij?

“Als ik cliënt ben, ben ik niet afhankelijk van de fysiotherapeut om de hoek die ik vorige keer niet aardig vond. Cliënt betekent voor mij: vrij om te kiezen.”

U vindt het geen bezwaar dat met zo’n woord als ‘cliënt’ het marktmechanisme in de zorg vanzelfsprekender wordt, zoals René ten Bos stelt.

“Het marktmechanisme brengt mij ook vrijheid. Als ik een duik naar beneden maak, heb ik hulp nodig voor mijn dagelijkse leven. Dan wil ik iemand kunnen inhuren die bij mij past.”

U weet ook wat bij u past?

“Ik wil iemand die ’s morgens de deur opendoet en zegt: ‘Holkje, ik ben er. We gaan koffie maken. Ik ga je helpen om uit bed te komen.’ In plaats van een toevallige meneer of mevrouw, die verwacht dat ik geduldig toezie hoe zij haar taken uitvoert. Patiënten, of liever cliënten in een thuissituatie, willen meestal een dagelijks leven creëren dat ze uitdagend vinden. Als cliënt ontwerpen ze hun eigen lifestyle – een woord dat ik gebruik voor het leven met mijn ziekte. Om die lifestyle te kunnen vormgeven, wil ik keuze hebben.”

Als u het woord ‘ziekte’ uitspreekt, houdt u even in, alsof u het tussen aanhalingstekens zet.

“Het woord ‘ziek’ verwijst alleen maar naar negatieve beelden. Lees de synoniemen: beroerd, kwakkelend, ongesteld, ongezond, naargeestig. Maar als ik nu onwel word, hoop ik wel dat u 112 belt. Dan ben ik onmiddellijk ziek, word ik een patiënt met een patiëntendossier in een crisissituatie, waarbij het draait om cijfertjes. Er zijn medepatiënten die me precies kunnen vertellen wat de diameter van hun aorta is. Ik heb geen idee. ‘Dokter’, zeg ik na een bezoek aan de cardioloog, ‘schrijf het op en laat het me weten als ik er iets mee moet’. Als die cijfertjes mijn lifestyle niet aantasten, waarom zou ik ze dan willen kennen?”

Omdat het past bij de openheid en de aandacht die een arts aan zijn ­patiënt wil schenken.

“Er zijn veel soorten aandacht. Ik moet een keer per jaar naar de cardioloog. Er wordt dan een echo gemaakt en een CT-scan. Na afloop vertelt de cardioloog mij in een tienminutengesprek wat de resultaten zijn en de consequenties. Afgelopen keer werd zij in tien minuten twee keer gestoord voor iets onbenulligs. Dat vind ik slechte aandacht. De menswaardigheid komt dan in de knel.”

Wat is een goede vorm van aandacht?

“Als ik weet dat ik het komend half jaar met een fysiotherapeut te maken krijg, moeten we een relatie opbouwen. Dat kan alleen als die professional aandacht voor mij heeft. Maar, en dat vind ik belangrijk om te benadrukken, voor deze relatie draagt de cliënt net zo goed verantwoordelijkheid.”

De cliënt moet ook aandacht hebben voor die professional?

“Ik moet de professional helpen mij te verstaan. Omdat ik al mijn leven lang problemen heb met mijn gewrichten, heb ik de ontwikkeling meegemaakt van heilgymnastiek tot fysiotherapie. Daardoor heb ik allergieën ontwikkeld. Als ik aan een fysiotherapeut denk ruik ik het kleedje waarop ik vroeger in de huiskamer mijn oefeningen moest doen. Verschrikkelijk. Die oefeningen zijn lang een strijdpunt geweest tussen mijn ouders en mij. ‘Holkje, wie is de moeder van de kunst? Oefening.’ Het woord ‘oefening’ is bij mij zwaarbeladen. Door even aandacht te besteden aan deze allergie help ik de ­fysiotherapeut. En verklaar ik mijn gedrag.”

Door alle efficiëntie in de zorg zou de aandacht voor de patiënt zijn verdwenen. U draait het om: meer aandacht voor elkaar zorgt voor efficiëntere zorg?

“Om met een nieuwe fysiotherapeut een prettige relatie op te bouwen moet ik mijn verleden op tafel leggen. ‘Je mag me van alles laten doen, maar noem het geen oefening. En al helemaal geen oefenschema’.”

Is dit soort aandacht te leren?

“Zeker, daarom pleit ik ook voor een opleiding tot patiënt – ik gebruik nu even het ouderwetse woord.”

Tot wat?

“Er zijn opleidingen voor alle zorgverleners, maar er is geen opleiding waarin mensen als ik zich kunnen bekwamen in patiëntvaardigheden. Een ziekenhuis wordt steeds meer een luchthaven, met passen, afdelingen, papieren die je moet tonen, bliepjes, schermen, machines. En tot slot krijg ik te horen: ‘Komt u over drie weken maar terug, dan hebben we de uitslag’. Moet ik dan daadwerkelijk terugkomen? Kan dat niet op een andere manier, telefonisch?

Onder patiëntvaardigheid versta ik het eigenmaken van sociale vaardigheden. Ik kom veel in het Radboud Ziekenhuis. Er is daar een ellenlange gang van de bushalte en de parkeergarage naar de poliklinieken. Het is interessant in die gang op een bankje te gaan zitten en je te concentreren op het schoeisel dat langskomt, en het tempo waarin wordt gelopen. Degenen die in het ziekenhuis werken, lopen bijna altijd uptempo, want ze moeten nog even snel dit, snel dat. Dat is niet altijd het tempo waarin de patiënten zich bewegen. Ik heb een longarts die op sportieve schoenen loopt. Zij komt naar de wachtkamer toe: ‘Mevrouw Van der Veer’. Ik sta dan een beetje moeizaam op – zo gaan bij mij de dingen – en loop achter haar aan. Maar zij heeft een veel hoger tempo dan ik. ‘Mevrouw, ik ben uw patiënt. Ik wil graag met u mee.’ Daar begint het al met aandacht. De arts moet leren in te tunen op het tempo van de patiënt, wij kunnen als patiënt op een gegeven moment zeggen: ‘Wauw, jij loopt hard. Doe je dat ook in je vrije tijd? Ben je van de marathon?’

“Ik vermoed dat de arts dan langzamer gaat lopen en geduldiger wordt. Als de patiënten mondiger, sociaal vaardiger worden, kunnen ze beter communiceren. Dan kunnen ze zich met overtuiging als cliënt gedragen. Dat betekent: artsen vertellen wat ze willen en niet willen. Artsen zullen dan beter kunnen inspelen op verwachtingen en behoeftes. Dat voorkomt teleurstellingen en komt het genezingsproces alleen maar ten goede. Alle zorgbetrokkenen, zowel de hulpverleners als zij die aan de andere kant staan, worden dan serieus genomen. Dan kunnen cliënten weer een beetje patiënt zijn, met geduld en zonder de betutteling. Daar wordt iedereen beter van.”

0 Gedeeld

Laat een reactie achter