Keuzes die je ineens moet gaan maken

Geschreven door: José Sanders, Communicatie- en Informatiewetenschapper aan de Radboud Universiteit Nijmegen

De voltooid-leven-discussie loopt steeds verder op. D’66 lijsttrekker Alexander Pechtold bepleit nu zelfs, dat ook mensen jonger dan 75 jaar op termijn de mogelijkheid moeten krijgen om hulp bij het levenseinde te vragen. Pechtold en intiatiefneemster Pia Dijkstra verwijten hun politieke tegenstanders telkens, dat deze de zienswijze van een beperkte groep tegenstanders willen opdringen aan de vele voorstanders van een nieuwe hulp-bij-levenseinde-wet. Maar in de praktijk zou het omgekeerde wel eens sterker kunnen gelden. De discussie verloopt tot nog toe langs voorspelbare lijnen. Tegenstanders van een Voltooid Leven-wet stellen: We moeten geen stervenshulp bieden, maar beter zorgen voor mensen die levensmoe zijn! Voorstanders werpen tegen: Natuurlijk moeten en zullen we goed (blijven) zorgen voor wie levensmoe is maar daar heeft dit voorstel niets mee te maken, het gaat om de autonome keuzevrijheid!

Nieuwe vragen
Dat is geen vruchtbare discussie. Uiteraard gaan we er vanuit dat de voor- en tegenstanders beiden het beste met ieders individuele belang voor hebben. Maar de vraag is: wat ís dat belang dan, en is dat belang altijd in termen van zelfbeschikking te definiëren? Want waar in het debat vaak aan voorbij wordt gegaan is wat de beschikbaarheid en toegankelijkheid van verruimde stervenshulp zal DOEN met mensen – niet alleen met levensmoede mensen, maar met alle mensen, in de concrete situaties van hun geleefde werkelijkheid. Als levensbeëindiging via een stervensconsulent beschikbaar wordt voor mensen die weliswaar niet terminaal ziek zijn, maar wel hun leven voltooid achten en niet meer verder willen leven, stelt dit simpele gegeven aan iederéén die zich oud of levensmoe begint te voelen de vraag: Is mijn leven voltooid? Wat is voltooid? Hoe lang wil ik eigenlijk nog leven? Ben ik al toe aan het einde? Stoppen met leven is dan een keuze, maar verder gaan met leven ook. Leven is niet meer vanzelfsprekend.

De wetenschap dat het einde binnen bereik is, is voor sommige mensen een geruststelling. Mijn leven is nu nog te doen, maar als ik niet meer verder wil, kan ik de stervenshulp bellen. Of: Als ik die pil nodig heb, ligt hij in mijn kastje, maar nu nog niet, ik leef nog even verder. En misschien heb ik hem wel nooit nodig! Als je zo in het leven staat, is die pil een uitkomst. Maar deze kan een last worden voor wie denkt: Dit is echt geen leuk leven meer. Of: Ik ben anderen teveel. Of: Hoe zal ik me voelen als ik nog ouder/zieker word. En: Als ik wil kan ik sterven, dus… Wat zal ik doen? Vandaag bellen, of volgende week? Die pil morgen nemen, of over een maand? Als je zo in het leven staat, hangt die pil als een molensteen om je nek. Daar komt bij: kiezen roept tegenstelling op. De ruimte die de huidige euthanasiewet biedt is al behoorlijk groot: niet alleen mensen die fysiek ondraaglijk lijden omdat zij terminaal ziek zijn komen in aanmerking voor euthanasie, ook mensen die ondraaglijk lijden door psychische klachten, dementie of opeenstapeling van ouderdomsklachten komen in aanmerking – en vragen er steeds vaker om. De voorgenomen stervenshulpwet zal de opties nog verder verruimen. Man wil sterven, vrouw weet niet of ze nu al mee wil gaan, of andersom. De kinderen ondersteunen de stervenswens van hun ouder(s), of juist niet, of staan er verdeeld in. Waar beginnen ze aan?

Zelfbeschikkingsrecht of last? 
Mensen een mogelijkheid of keuze aanbieden, en als wetgever regelingen ontwerpen waarmee die keuze gecommuniceerd en gerealiseerd kan worden, is niet zonder consequenties. Cognitieve wetenschappers weten dat de ene optie benoemen, het alternatief automatisch oproept. Tegenover de vrijheid van een groep mensen voor wie autonomie voorop staat en die goed voor zichzelf kunnen opkomen, ontstaat zo een via media en omgeving binnendringende keuze voor hen die daar anders misschien niet mee bezig zouden zijn geweest, of die geconfronteerd worden met opties waar ze anders niet op gekomen zouden zijn. Dat laatste kun je als toegenomen kennis en vrijheid beschouwen, en dus als winst voor iederéén. Maar in de praktijk kan het uitpakken als een last die velen helemaal niet gezocht hebben, en die hen bezwaard doet leven: bezwaard om de keuzes waarvan ze het gevoel krijgen dat ze die ze nu moeten maken, en bezwaard om de last die ze anderen geven als ze kiezen voor sterven, of juist voor leven. Leven tot het leven ophoudt, wordt dan iets waar je bewust voor kiest, met alle individuele verantwoordelijkheid van dien. Misschien is het dit precies dat vooral de Christelijke partijen, maar hen niet alleen, tegen de borst stuit. Want het is die autonomie-gestuurde keuze tussen leven en sterven die alle mensen daarmee voorgelegd wordt. Deze discussie is niet eenvoudig af te doen met: geef de één wat hij wil, want voor de ander heeft het toch geen gevolgen. Deze wetgeving zou voor iedereen gevolgen oproepen.

De eerste daarvan werden al zichtbaar toen Pechtold tijdens de verkiezingscampagne geconfronteerd werd met de stervensvraag van een 57-jarige man. Zou de voorgenomen hulp niet ook voor hem gelden? Ja, gaf Pechtold na enige aarzeling toe – als die wet er komt, waarom niet? VVD-kamerlid Rutte en PvdA-lijsttrekker Asscher vielen Pechtold bij, terwijl Groen Links-lijsttrekker Jesse Klaver desgevraagd nog twijfelde, maar wel aangaf dat hij “heilig gelooft in zelfbeschikkingsrecht”. Dit heilige geloof lijkt leidend geworden. Maar van staatswege hulp aanbieden om die zelfbeschikking ten einde toe tot uitvoering te brengen, zal als vanzelf vragen oproepen waar we ons geen raad mee zullen weten en misschien ook geen raad mee moeten willen weten.

0 Gedeeld

Laat een reactie achter