Onder het mom van schofferen

Het lijkt tegenwoordig normaler te zijn om elkaar ‘af te zeiken’ dan elkaar met respect te behandelen of een compliment te geven. ‘Schofferen’ moet best kunnen, vindt men soms. Maar, is dat wel zo én kunnen we ons hiermee überhaupt gelukkig voelen? Structureel afbreuk doen aan alles en iedereen is funest voor een positieve en opbouwende samenleving.

Wanneer ik het woord ‘schofferen’ op zoek in de ‘Van Dale’ is de definitie helder;

Schofferen betekent het ‘zeer onbeschoft behandelen’. Kortom, er zit niets opbouwend in het schofferen. 

Maar op TV zien we politici, die het beledigingen belangrijker lijken te vinden dan te discussiëren over de inhoud. Het schoppen en de persoonlijke aanval op personen maken dat het te bespreken onderwerp ver op de achtergrond raakt. Zo ook in de verschillende tv-series waar ook – of soms juist – onze jeugd naar kijkt. Grof taalgebruik en grove omgangsvormen en het zoeken naar elkaars zwakheden. Fatsoen lijkt voor watjes en negativiteit wordt verkocht als humor. Ook cabaretiers hebben een goed publiek wanneer de ´grappen´ vooral grof en kwetsend zijn.

Naast deze publiekelijke schofferingen moeten we vooral niet de persoonlijke situatie vergeten met collegae op het werk die vooral negatief op van alles reageren. De werknemers die zich blijkbaar aan alles en iedereen storen en zich hierover dusdanig uitlaten dat het afbreuk doet aan een of meerdere personen en op die manier aan de sfeer in het bedrijf of de organisatie.

Het voorbeeld dat wij geven

Buiten het feit dat je de logische vraag kan stellen ´waarom zouden we elkaar bewust kwetsen?’ is een nog belangrijkere vraag ‘Welk voorbeeld geven we onze kinderen mee?’ Onze kinderen kijken naar ons en horen wat we zeggen over andere mensen, zien hoe we andere mensen behandelen en constateren ook hoe onze lichaamstaal is naar de ander toe. Dan kunnen we met hen praten over het niet mogen pesten. Of samen met onze kinderen de ‘Move tegen pesten’ zingen en dansen, maar wanneer wij al niet doen wat we zeggen…

Want ik geloof

Een negatieve sfeer in de maatschappij bevordert niet het gevoel van gelukkig zijn, van verbondenheid. Wanneer we ons hiervan meer bewust zijn, zullen we realiseren waar we toch allemaal uiteindelijk naar verlangen. Ik geloof in een goede toekomst voor onze kinderen. Dat begint bij een positief geluid naar elkaar toe. Dat er nog altijd heel veel mensen van goede wil zijn en dat we met respect voor elkaar kunnen leven. Ik geloof in een samenleving waar naar elkaar omzien heel gewoon is, om zo de soms zware tijden wat dragelijker te maken. Maar ook waar we goede tijden en vreugde kunnen delen met de mensen waar we van houden. En waar een menswaardig bestaan dat voor iedereen ´gewoon´ is.

Gelukkig voelen

Met een positief geluid zal onze toekomst absoluut beter worden, zeker:

  • wanneer we menselijke waardigheid als groot goed kennen.
  • wanneer we verschillen accepteren als een feit en ieder bereid is om samen te leven.
  • wanneer we elkaar de ruimte geven opdat ieder zichzelf kan zijn.
  • wanneer we weten dat niemand volmaakt is, we dat zelf ook niet zijn…
  • wanneer we vertrouwen in de goede wil van de ander. En dat we misschien zelfs de ander kunnen vergeven, wanneer we op de weg toch net worden afgesneden.
  • wanneer we vrede vanzelfsprekend vinden. Ook bij een meningsverschil.
  • wanneer ieder zich inzet om de mensen om je heen te leren kennen.
  • wanneer we attent zijn, het goede zien in elkaar en dat ook uitspreken.

Dan zullen wij ons thuis voelen in onze straat, onze stad en ons land, zal onze toekomst goed zijn en zullen we ons in onze samenleving gelukkig voelen.
Dus laten we stoppen met al het schofferen en verder gaan met ons leven!

Owen Vergeer
Logia deelnemer ‘s-Hertogenbosch

0 Gedeeld

Laat een reactie achter