Waarom ik tegen de donorwet heb gestemd

Waarom zou je tegen een nobel doel zijn? Voortdurend speelde die vraag op de achtergrond bij het wetsvoorstel van D66 over orgaandonatie. Dat wil mensen bewust maken van orgaandonatie en hoopt zo dat er meer donoren komen. Dat voorstel werd deze week in de Eerste Kamer aangenomen. Toch zijn er belangrijke redenen voor mij om tegen die wet te zijn. Ik noem er vijf.

Wanneer je zelf straks niet kiest of je wel of geen donor wilt worden, noteert de overheid dat je ‘geen bezwaar’ hebt tegen donatie van álle organen. Voor het kunnen maken van die keuze geldt bovendien een vrij korte reactietermijn. Dat is de omgekeerde wereld. Het druist in tegen het recht op onaantastbaarheid van het lichaam. Ook voor de meest kleine ingrepen geldt – terecht – het uitgangspunt dat er alleen met bewuste en uitdrukkelijke toestemming van de betrokkene gehandeld mag worden. Dat uitgangspunt wordt hier vaarwel gezegd. Daarmee eigent de overheid zich een veel te grote macht toe en dan ook nog over zo iets persoonlijks als het eigen levenseinde.

In het debat is terecht vaak verwezen naar groepen die niet makkelijk zullen reageren, zoals laaggeletterden en wilsonbekwamen. Er zijn ook talloze redenen waarom anderen er niet toe komen. Er kunnen andere perikelen zijn die de aandacht vragen en er zullen zeker vele mensen zijn die gewoon niet weten welke keuze zij moeten maken.

De nabestaanden hebben een zwakke positie, ook in het geval de overheid de keuze heeft gemaakt. Zij worden in dat geval dan met een ‘geen bezwaar’ geconfronteerd. Volgens de nieuwe wet kunnen zij alleen ‘aannemelijk’ maken dat de donor iets anders gewild heeft. Wat dat in de praktijk voor hen gaat betekenen, moet nog blijken.

Los daarvan is het niet duidelijk hoe nu verder met nabestaanden wordt omgegaan. Tijdens het debat is vaak verwezen naar de huidige praktijk waar kennelijk niet tegen de uitdrukkelijke wil van de nabestaanden organen worden uitgenomen. Toch is er een poging gedaan om hierover tot nadere afspraken en regelingen te komen met het oog op de toekomst. Praktijken kunnen immers veranderen en de wet stelt juist niet de nabestaanden, maar de donor en het register centraal. Het debat hierover was ronduit verwarrend. Het lijkt wel alsof iedereen zijn eigen uitleg geeft aan de conclusies. Die onhelderheid alleen al zou een reden moeten zijn om tegen te stemmen.

De minister heeft bekend gemaakt dat er jaarlijks 8 miljoen euro nodig is voor voorlichting over orgaandonatie, zodat iedereen weet waar hij of zij aan toe is en straks een verantwoorde keuze kan maken. Eerlijke en objectieve voorlichting is goed, met eerbiediging van ieders eigen vrije keuze om wel of geen donor te worden om wat voor redenen dan ook. Maar waarom is de wet nodig voor bewustwording en voorlichting? Ik kan mij zelf bijvoorbeeld niet herinneren dat ik ooit ben benaderd met de vraag of ik donor wilde worden. Dat roept de vraag op of er binnen het huidige stelsel wel alles is gedaan om op een verantwoorde manier orgaandonatie onder de aandacht te brengen.

Het voorstel werd aangenomen met een nipte meerderheid, net als in de Tweede Kamer. In de Eerste Kamer was het 38 vóór en 36 tegen.

Het doel om meer organen voor transplantatie te krijgen, heiligt niet de middelen van de nieuwe wet. En of het doel bereikt wordt? Dat is ook nog maar afwachten.

 

 

Sophie van Bijsterveld is lid van de Eerste Kamer (CDA) en hoogleraar Religie, recht en samenleving aan de Radboud Universiteit.

Laat een reactie achter