Waarom kerkgebouwen langer open blijven

Waarom kerkgebouwen langer open blijven

Het is een mythe gebleken, geboren in het jaar van het Religieus Erfgoed (2008). Op basis van toen geldende berekeningen was de conclusie dat in de ‘komende tien jaar’ twaalfhonderd kerkgebouwen hun deuren zouden moeten sluiten. Twee kerkgebouwen per week. Maar zo’n vaart is het niet gelopen. Hoe zit dat?

Een nieuwe bestemming vinden voor gebouwen is een proces van jaren, of gebouwen nu een nieuwe invulling krijgen, of dat ze worden gesloopt. Dit geldt voor alle vastgoed, en zeker voor kerken. Verder speelt samenwerking van allerlei partijen een belangrijke rol bij de herbestemming van vastgoed. Visies op de scheiding van kerk en staat, de vermeende rijkdom van kerken en opvattingen over het al dan niet verdwijnen van religieuze organisaties zijn vaak impliciet en compliceren de communicatie nog eens extra.

Een nieuwe bestemming vinden voor gebouwen is een proces van jaren, of gebouwen nu een nieuwe invulling krijgen, of dat ze worden gesloopt. Dit geldt voor alle vastgoed, en zeker voor kerken. Verder speelt samenwerking van allerlei partijen een belangrijke rol bij de herbestemming van vastgoed. Visies op de scheiding van kerk en staat, de vermeende rijkdom van kerken en opvattingen over het al dan niet verdwijnen van religieuze organisaties zijn vaak impliciet en compliceren de communicatie nog eens extra.

Naast deze algemene gegevens zijn er wel specifieke opmerkingen te maken over de vraag hoe het komt dat er niet ‘twee kerkgebouwen per week’ zijn verdwenen.

Specifieke oorzaken

Bijna al het spreken over het teveel aan kerkgebouwen komt van buiten de kerk. Het bijeenbrengen van kale feiten en gegevens is echter niet voldoende om te begrijpen wat er in de kerken zelf leeft. Het sluiten van een kerkgebouw is een laatste rationele daad in een verder doorgaans irrationeel en moeizaam proces van afscheid nemen. De tijd die hiermee gemoeid is, wordt door buitenstaanders consequent onderschat.

Veel kerkgebouwen houden het lang vol. Het dagelijkse kleine onderhoud wordt vaak door kerkleden zelf gedaan, zoals ook de exploitatie draait op heel veel vrijwilligers. Voor groot onderhoud ontbreken in een aantal gevallen de middelen. Desondanks houden kerkgebouwen het lang vol, zeker als ze er al eeuwen staan. De verwarming gaat soms wat verder omlaag, er wordt bezuinigd op allerlei kosten. Hier en daar wordt behoorlijk ingeteerd op het vermogen. Dit kan zijn in de vorm van oplopende achterstallig onderhoud, of doordat er substantiële bedragen uit het vermogen aan de exploitatie moeten worden toegevoegd om die draaiende te houden. Op zich is dat niet heel gezond en ook jammer voor de continuïteit van de kerkelijke organisatie.

Veel kerkgebouwen houden het lang vol. Het dagelijkse kleine onderhoud wordt vaak door kerkleden zelf gedaan, zoals ook de exploitatie draait op heel veel vrijwilligers. Voor groot onderhoud ontbreken in een aantal gevallen de middelen. Desondanks houden kerkgebouwen het lang vol, zeker als ze er al eeuwen staan. De verwarming gaat soms wat verder omlaag, er wordt bezuinigd op allerlei kosten. Hier en daar wordt behoorlijk ingeteerd op het vermogen. Dit kan zijn in de vorm van oplopende achterstallig onderhoud, of doordat er substantiële bedragen uit het vermogen aan de exploitatie moeten worden toegevoegd om die draaiende te houden. Op zich is dat niet heel gezond en ook jammer voor de continuïteit van de kerkelijke organisatie.

Een kerkgebouw is echter geen gewoon gebouw dat men zomaar afstoot. Het is het ‘tweede huis’ van gelovigen, een teken van Gods aanwezigheid op aarde, een gebouw om gemeenschap in te vieren. Kerkgebouwen stralen hun bestemming uit, althans de meeste. Ze zijn daardoor bouwkundig vaak niet of moeilijk geschikt (te maken) voor een andere bestemming. Mede door de economische en de vastgoedcrisis is het een stuk lastiger geworden ‘leuke’ dingen met een kerkgebouw te doen. Dit heeft kerkelijke bestuurders hier en daar ook wel moedeloos gemaakt.

De burgerlijke overheid werkt in de meestal gevallen niet echt mee. Gemeenten zetten kerkgebouwen op de monumentenlijst omdat ze een vinger in de ‘herbestemmingspap’ willen hebben. Daar staan echter geen financiële middelen voor het behoud van deze gebouwen tegenover. En nog vervelender: beleid over de vraag hoe vanuit de lokale burgerlijke overheid om te gaan met het hele vraagstuk van het teveel aan kerkgebouwen ontbreekt nagenoeg. Het adagium van de scheiding van kerk en staat wordt al snel van stal gehaald om grote terughoudendheid te betrachten.

Veel aandacht

Door alle aandacht voor het teveel aan kerkgebouwende interesse en de betrokkenheid van organisaties en mensen buiten de kerk explosief toegenomen. Het wemelt inmiddels van de goede bedoelingen, creatieve oplossingen en opmerkelijke plannen. Meestal over de eigenaren van kerkgebouwen heen. Natuurlijk is er ook de wens om een graantje mee te pikken in deze nieuwe markt, maar vaak moet er juist geld bij. Kerkbesturen hebben inmiddels ervaren dat al die aandacht mooi is, maar lang niet altijd tot goede resultaten leidt. Zij schuiven beslissingen op de lange baan.

Niet duidelijk is wat er wordt bedoeld met het woord ‘verdwijnen’? Is het gebouw fysiek verdwenen, of heeft het enkel de oorspronkelijke bestemming verloren? En wat verdwijnt er eigenlijk: gebouwen of geloofsgemeenschappen? Een vorm van ‘schijnleegstand’ vormen de kerkgebouwen waarin nog eenmaal per week een viering plaatsvindt voor een handvol mensen. Ze zijn er nog wel, maar ze hebben geen toekomst. Het ontbreekt vaak aan moed, beleid of kracht om hiermee anders om te gaan dan in een langzame en gestage weg van achteruitgang.

Voor de nabije toekomst valt over het teveel aan kerkgebouwen voorzichtig het een en ander te zeggen. Niet alleen op basis van het verleden en ervaringen en ontwikkelingen in Nederland en de ons omringende landen, ook op basis van kerkelijk en maatschappelijk denken.

Wat de aantallen betreft, ziet het er eerlijk gezegd nog steeds niet echt goed uit. De achteruitgang van de traditionele manier van kerk-zijn is en blijft een grote bedreiging voor veel kerkgebouwen. Waar geloofsgemeenschappen zichzelf opnieuw ontdekken, aanhaken bij de tijdgeest en hun eigen rol van verbinder opnieuw en overtuigend gaan spelen, bloeit er hoop en blijft er misschien meer behouden dan nu wordt aangenomen. Daarnaast zal het herbestemmen van kerkgebouwen steeds minder benaderd (kunnen) worden als een exclusief kerkelijk probleem en de plek krijgen die het nodig heeft en verdient, namelijk ook als een maatschappelijk vraagstuk.

Geloofsgemeenschappen gaan steeds nadrukkelijker op zoek naar mogelijkheden om hun boodschap ook in andere vormen te verkondigen, en daarmee kerkgebouwen beter te benutten. Niet alleen voor vieringen, maar ook voor andere aspecten van kerkelijk leven, zoals diaconale activiteiten. Een kerk die alleen op zondagochtend open is, gaat niet het beeld van de toekomst worden.

Verbinden

Kerkgebouwen zijn gemaakt voor het samenkomen van mensen. Als ze geheel of gedeeltelijk een nieuwe bestemming krijgen die ligt in het verlengde van deze oorspronkelijke bestemming, dan zullen ze een nieuw en vitaal leven kunnen krijgen.

Kerkgebouwen zijn gemaakt voor het samenkomen van mensen. Als ze geheel of gedeeltelijk een nieuwe bestemming krijgen die ligt in het verlengde van deze oorspronkelijke bestemming, dan zullen ze een nieuw en vitaal leven kunnen krijgen.

De maatschappelijke behoefte aan gemeenschap, samenkomst en het verbinden van allerlei mensen is reëel en manifest in de samenleving aanwezig. Het zijn kernactiviteiten van kerkgenootschappen, die ze in de jaren van dominante overheidszorg in de verzorgingsstaat wat zijn kwijtgeraakt. Vanuit traditie en eigen overtuiging zijn deze taken gemakkelijk weer op te pakken.

Steeds vaker zullen mensen lokaal de handen ineenslaan en zich het vraagstuk van de herbestemming van een kerkgebouw serieus aantrekken. Niet alleen kerkelijk betrokken mensen, ook anderen gaan steeds vaker meedenken over nieuwe functies van kerkgebouwen en zich het lot van gebouwen aantrekken.

Erkend zal worden dat de herbestemming van een kerkgebouw maatwerk is en elke keer een enorme uitdaging. Betrokkenen bij de herbestemming van kerkgebouwen worden daarbij realistischer en leren dat het alleen goed gaat als men met respect voor alle belangen samenwerkt. Dit begint bij de eigenaren: de kerkelijke organisaties zelf. Die weten dat het zetten van een bord ‘te koop’ geen zin heeft en gaan op zoek naar andere wegen.

 

Door: Petra Stassen
Coördinator van Kerkelijk Waardebeheer
Nederlands Dagblad, 10 januari 2015

Laat een reactie achter