Een van de uitdrukkingen die nu voortdurend mijn aandacht trekt, is ‘het nieuwe normaal’. De maatregelen die de laatste weken zijn ingevoerd om het Corona-virus in te dammen zijn onvoorstelbaar. Tot voor kort had niemand kunnen geloven dat Nederland in een lockdown zou kunnen terechtkomen zoals wij die nu meemaken of die nu ‘intelligent’ of ‘flexibel’ is of niet.

Nieuwe belangen en gewoontes

Waar in de politiek het ene onderwerp over het andere buitelde, is het nu – op debatten die samenhangen met de strijd tegen het Corona-virus na – ineens erg stil. Waar tot voor kort de grootste gevechten werden gevoerd over een paar miljoen Euro, rollen nu tientallen en honderden miljarden over tafel. Onderwerpen die van politiek levensbelang leken, zoals dat van de stikstof, zijn even geparkeerd. Alles staat op zijn kop.

Massaal thuiswerken, vechten voor het behoud van baan en inkomsten, meer onderwijs op afstand verzorgen of meemaken, de deur zo weinig mogelijk uitgaan, de sociale contacten op een laag pitje, geen grootste zomerplannen maken en een herschikking van het huiselijke leven – van de ene op de andere dag is ook ons persoonlijke leven compleet omgegooid. 

Dromen van toekomstige tijden

Geen wonder dat in deze weken er gedroomd wordt over de manier waarop ons leven er in de nabije toekomst uit zal komen te zien. Vooral een socialer Nederland, een schoner Nederland, en een stiller Nederland zijn in trek. Terecht waarschuwen sommige commentatoren ervoor dat bij deze visioenen de wens de vader van de gedachten kan zijn. Niets gaat immers vanzelf en voor elke structurele verandering in de samenleving zal ook gestreden moeten worden.

Dat is alleen anders waar draagvlak aanwezig is voor maatregelen die directe positieve effecten voor de volksgezondheid inhouden. De ‘anderhalvemeter-samenleving’ en de ‘anderhalvemeter-economie’ lijken al vanzelfsprekend – al weet iedereen die wel eens naar een winkel gaat, met de trein reist of naar de film gaat, met de lift moet of in een kantoorgebouw werkt dat daar niets vanzelfsprekends aan is – zelfs al is die ‘anderhalve meter-wereld’ er een zonder mondkapjes.

Bijna alle toekomstbeelden en toekomstspeculaties worden nu verpakt in termen van ‘het nieuwe normaal’. Eigenlijk doelt ‘het nieuwe normaal’ op zaken die verre van normaal zijn: verre van normaal, maar wel om bij ons te blijven. En dat is nu juist zo bijzonder aan het nieuwe ‘normaal’.

Niet langer uit op prikkels

Twee maanden geleden leefden wij nog in een Erlebnisgesellschaft, een ‘belevenismaatschappij’. In de belevenismaatschappij draait het erom nieuwe belevingen op te doen, liefst zo uitzonderlijk mogelijk en liefst zo vaak als het maar kan. ‘Belééf het mee!’, is de bijpassende leuze. En ‘genieten’, liefst ‘puur genieten’, is het levensgevoel dat daarbij hoort. Alles is goed, zo lang het maar niet ‘gewoon’ is, zo lijkt het. Het gaat om de prikkels en de kick. Natuurlijk, met mooie of speciale ervaringen is doorgaans ook niets mis. Bovendien, iedereen is in zekere zin een kind van zijn tijd.

Maar nu, in deze bijzondere tijden waar alles anders is, nemen wij ineens allemaal vooral ‘het nieuwe normaal’ in de mond. Zou dat erop wijzen dat wij nu beseffen dat vooral het gewone, ‘normale’ leven ons echte leven is, dat wij het ‘normale’ leven weer gaan koesteren en dat wij het belang van het gewone alledaagse leven weer gaan inzien? Is het een herwaardering van het oude normaal?

Sophie van Bijsterveld

3 Gedeeld

Laat een reactie achter