Door: Lieke Kooij, kind- en jeugdpsycholoog
Bron: Het Parool

Het reces is maandag weer voorbij: tijd voor de politiek om de oorlogskinderen die vastzitten in Griekenland eindelijk naar Nederland te halen.

Het Nederlandse kabinet heeft vlak voor het zomerreces besloten de 500 alleenreizende kinderen die vastzitten in vluchtelingenkampen in Griekenland niet op te nemen. We hebben een rumoerige tijd achter ons en het zomerreces heeft wat rust gegeven. Nu is het weer tijd voor aandacht, want de gedachten aan deze kinderen in de overvolle, warme, onveilige kampen in Griekenland mogen niet vervagen.

We hebben het hier over 500 kinderen onder de zestien jaar die gevlucht zijn uit conflict­gebieden zoals Iran, Afghanistan en Syrië. Ze zijn hun ouders verloren tijdens de conflicten in het land van herkomst of tijdens de vlucht. Sommige kinderen zijn zelf gevlucht om niet te hoeven dienen in het leger, om niet geraakt te worden door de aanslagen en met de hoop op een toekomst.

Bleekneusjes

Nog geen honderd jaar geleden klopten onze grootouders en ouders zelf bij buurlanden aan voor hulp. Ik denk aan onze zogeheten ‘bleekneusjes’. Duizenden Nederlandse kinderen mochten aansterken in Engeland, Zweden, Denemarken of Zwitserland, om daar te bekomen van de oorlogstrauma’s en de hongerwinter. Mijn oma was zo’n bleekneusje. Zij werd opgevangen in Zwitserland en kreeg daar de ademruimte om weer even kind te zijn. Zij heeft de kans gehad de nare herinneringen, emoties en gebeurtenissen een plek te geven.

Waar mijn oma daardoor rust had bij de opvoeding van haar eigen kinderen, werden bij anderen zonder dit voorrecht de rauwe randjes van het doorgeven van (oorlogs)trauma zichtbaar. Want trauma, en de gevolgen hiervan, geef je door van ouder op kind en van kind op kleinkind. Trauma wordt daardoor niet minder, het vermenigvuldigt zich over de jaren heen.

Trauma, een beladen woord met verschillende uitingsvormen. Denk aan slaap- en concentratieproblemen, woede-uitbarstingen, gedachtes van onveiligheid in de wereld en je afgesloten voelen. Zie hier het probleem voor de 500 kinderen aan wie wij geen plek bieden: terwijl Europa als een ouderfiguur bescherming zou kunnen bieden, structuur zou kunnen geven en deze getraumatiseerde kinderen aan de hand zou kunnen nemen om ze terug het leven in te leiden, doet zij het omgekeerde.

De kinderen worden afgesloten van de wereld in kampen die overvol zijn. Er is geen goed onderdak, er zijn onvoldoende gezonde maaltijden en er is geen onderwijs of kans op ontwikkeling. Hoe zou u zich voelen als kind? Boos? Verdrietig? Vol levenslust? Klaar om de nieuwe generatie te worden? In Nederland hebben wij ruimte, de kennis en de middelen om het trauma aan te pakken en te zorgen dat dit zich niet vermenigvuldigt en verergert. Zoals het dominosteentje dat plat in de rij ligt en voorkomt dat de rest van de rij kan vallen.

Mohammed

Laat ik u meenemen naar een regenachtige en druilerige februariochtend in kamp Moria. In het schoolklasje zit een tienjarige pientere opdonder, laten we hem Mohammed noemen. Hij is duidelijk de slimste van de beginnersklas en binnen een week leert hij met steentjes op de grond alle rekentafels.

Hij leert snel wat Nederlands en zijn ochtendgroet is standaard: “Goedemorgen hoe gaat het?” Daarnaast is mijn Farsi en Arabisch op niveau nul, dus heb ik hem hard nodig bij vertalingen voor klasgenootjes. We vertellen hem dat hij na het weekend mag beginnen in de gevorderde groep. Trots, met een nieuw schrift en een briefje voor zijn ouders, verlaat hij het terrein.

En dan gaat het mis. Turkije gooit de grens open en de Grieken zijn boos. Voor hulpverleners zijn Lesbos en kamp Moria niet langer veilig en alle medische en psychologische hulp wordt stopgezet. Omdat er ook nog Covid-19-dreiging is, gaat alleen de hoognodige medische hulp door. Geen school, geen dagbesteding, geen emotionele ondersteuning. Intussen ben ik veilig naar Amsterdam geëvacueerd en krijg ik enkele weken later een berichtje dat ik vanuit mijn warme bed lees: Mohammed staat elke dag om kwart voor negen voor het dichte schoolhek met zijn nieuwe schrift, hopend dat dit de dag zal zijn dat hij mag beginnen.

Laat ik duidelijk zijn: dit is een jongen die niet in aanmerking komt voor opvang in Nederland. Hij bezit iets wat vele andere kinderen niet hebben: een liefhebbende ouder die hem elke ochtend aankleedt en naar school stuurt.

Maar in kamp Moria zitten naar schatting bijna 1600 kinderen onder de 16 jaar vast zonder zo’n familielid. Zij staan er helemaal alleen voor en kunnen zonder voogd/ouder niet meedoen aan de schamele sociale activiteiten die er zijn. Dus worden ze ‘veilig’ opgesloten en worden ze alleen gezien wanneer de medische noodzaak niet meer omzeild kan worden, zoals bij heftige zelfmoordpogingen. Deze jonge kinderen hebben hier niet voor gekozen, deze kinderen hebben geen voorbeeld en deze kinderen krijgen zo geen toekomst.

Europa is vijf jaar te laat met een lange­termijnoplossing. Laten we nu zorgen dat onze kinderen en kleinkinderen niet voor het gênante moment komen te staan dat ze excuses ­moeten maken. Laten we doen wat nodig is, laten we plek bieden aan deze 500 kinderen, laten we mens zijn.

0 Gedeeld

Laat een reactie achter