Door: Raymond Hintjes docent levensbeschouwing op een VO-school in Limburg.
En vicevoorzitter van de katholieke lerarenvereniging Sint Bonaventura/AOb.

Scholen moeten lessen levensbeschouwing niet aanbieden omdat dat nou eenmaal zo hoort. Het kan wel gebeuren vanuit de pedagogische opdracht om leerlingen te helpen als verantwoordelijk mens in het leven te staan.

Veel katholieke scholen in mijn eigen omgeving lijken ervoor te kiezen het vak levensbeschouwing van het rooster te verwijderen. Argumenten die gebruikt worden?  “Het vak wordt door de overheid niet verplicht gesteld, en hier kunnen wij dus ook niet op afgerekend worden.” En: “Wij hebben opdracht gekregen om te bezuinigen en we kunnen die uren nu eenmaal niet weghalen bij vakken als Nederlands of wiskunde.” Hoe komt het toch dat het schoolvak levensbeschouwing op verschillende bijzondere scholen onder druk lijkt te staan?  

Rendementsdenken 

In onze samenleving wordt de nadruk steeds meer gelegd op het economische nuttige en het meetbare. Het doel van onderwijs wordt dan vooral gezien als het opleiden van kinderen voor de arbeidsmarkt. Deze neiging tot economisering en marktdenken geldt ook voor hoe scholen tegenwoordig opereren om leerlingen te werven. Onderwijsconcepten, activiteiten binnen de school en het lessenaanbod worden dan instrumenten om ouders en leerlingen ervan te overtuigen dat zij voor deze school moeten kiezen. 

Ook bijzondere scholen worden steeds vaker door deze ontwikkeling beïnvloed. Schoolleiders zijn niet immuun voor deze ontwikkelingen. Zij staan voor de uitdaging het onderwijs zo efficiënt mogelijk in te richten, waarbij tevens voldaan moet worden aan de eisen die de overheid aan het onderwijs stelt.  

Anderzijds proberen ze tegemoet te komen aan de wensen van ouders en leerlingen. Schoolleiders worden zo gedwongen om keuzes te maken over het onderwijsaanbod. Dit kan van invloed zijn op de lessentabel en dus ook de beschikbare lesuren voor het vak levensbeschouwing. Als het economische rendementsdenken en de instrumentalisering leidende principes worden, lopen we het risico dat alles wat van uiteindelijke waarde is nauwelijks aandacht krijgt. Instrumentele waarden krijgen dan de status van intrinsieke waarden en een vak als levensbeschouwing staat dan misschien niet direct ten dienste van het opleiden van leerlingen met het oog op toekomstige arbeidsparticipatie. Hierbij wordt weinig stil gestaan bij de morele verplichting van het onderwijs om onze leerlingen te vormen en dingen mee te geven die van waarde zijn voor het leven zelf en misschien wel buiten het meetbare vallen. 

Persoonsvorming 

Het afgelopen decennium is er in Nederland veel gepubliceerd over de vraag ‘Wat is goed onderwijs?’. Dient onderwijs zich vooral te richten op het opleiden van jongeren voor een plek op de arbeidsmarkt? Of moet er meer ruimte komen voor persoonsvorming?  

Pedagogen en filosofen spreken zich steeds meer uit om meer aandacht te besteden aan persoonsvorming, culturele vorming en burgerschapsvorming. Hiermee zetten zij sterke vraagtekens bij de eenzijdige nadruk op het meetbare en het beheersbare, op toetsing en controle. Zij geven uitdrukking aan onvrede over de huidige situatie in het onderwijs die gevoeld wordt door docenten, ouders en leerlingen. De recente ontwikkelingen rond de coronacrisis tonen bovendien aan dat veel Nederlanders zich bezig houden met existentiële en morele vragen die de crisis en de maatregelen oproepen. Dit alles is voldoende reden om aandacht te besteden aan (levensbeschouwelijke) persoonsvorming. 

Wat wordt bedoeld met het begrip persoonsvorming? Het is geen indoctrinatie of het vormen van personen tot modelburgers. Persoonsvorming is een open proces van omvorming. Binnen dit proces vormt een jongere zichzelf, daarbij gestimuleerd en uitgedaagd door anderen. De uitkomst van dit proces ligt niet vast. Het is ook niet te beheersen of te voorspellen of kwantitatief meetbaar te maken. 

Persoonsvorming kan alleen plaatsvinden wanneer ruimte is om de dialoog aan te gaan met anderen, waarbij er een uitwisseling van opvattingen plaatsvindt tussen leerlingen en de docent binnen de brede context van de pluralistische samenleving. Naast een dialoog met anderen is het ook een confrontatie tussen het persoonlijke levensverhaal van de leerling en de grote verhalen die door tradities en de cultuur worden aangereikt. 

Leerlingen doen hun eigen ervaringen op in het leven. Hierbij hebben ze ook eigen ervaringen met de kwetsbaarheid en de eindigheid van het menselijke bestaan. Juist nu, tijdens de coronacrisis, worden leerlingen meer geconfronteerd met existentiële en morele vragen, het zoeken naar zingeving en houvast. Persoonsvorming heeft duidelijk levensbeschouwelijke en morele dimensies. Dit betekent dat de levensbeschouwelijke identiteit van een bijzondere school een belangrijke context kan aanreiken waarbinnen deze persoonsvorming kan plaatsvinden. 

Een katholieke school? 

Katholiek onderwijs gaat ervan uit dat onderwijs méér is dan het aanleren van kennis en vaardigheden met het oog op de toekomstige beroepsuitoefening. Eén van de belangrijkste doelen van het katholieke onderwijs is de vorming van de mens.  

Dit betekent dat katholieke scholen zich laten inspireren door de sociale leer van de Kerk: de waardigheid van ieder mens, het belang van de school als sociale gemeenschap, solidariteit met anderen binnen en buiten de school en het streven naar een rechtvaardige wereld waarin oog is voor de kwetsbaren en voor de gewetensvrijheid van ieder mens. In de katholieke visie staat dus de vorming van de hele menselijke persoon gericht op zijn uiteindelijke doel en op het welzijn van de gemeenschap centraal. 

De levensbeschouwelijke identiteit is niet iets om makkelijk mee om te springen of terzijde te schuiven omdat het de schoolleiding niet goed uitkomt. Deze identiteit gaat namelijk over de bestaansgrond van de school en geeft vorm, richting en inhoud aan het onderwijs. Vandaar dat deze identiteit verankerd is in de statuten van een bijzondere school. 

Persoonsvorming is binnen een katholieke school dus niet iets dat er nog even bij gedaan kan worden als de financiën daartoe ruimte bieden. Het is de pedagogische opdracht van een bijzondere school die zijn grondslag serieus neemt. Het risico bestaat dat deze opdracht te weinig aandacht krijgt door de waan van de dag, door inspectierapporten van de onderwijsinspectie en het financiële beheersingsdenken. Schoolbesturen en -directies zouden ervoor moeten waken om scholen niet enkel te besturen vanuit moderne ideeën over management of bedrijfsmatige processen.  

Het is ook een kwestie van staan voor de levensbeschouwelijke identiteit van de schoolorganisatie, de waarden die daaruit volgen en dat te vertalen naar goed beleid. Dat vergt moed en commitment! 

Rol van docenten 

Binnen een school werken mensen die, vanuit hun eigen concreet engagement met het onderwijs, nadenken over het onderwijs. Betrokken leraren staan voor de uitdaging een levende visie te ontwikkelen op wat het betekent om goed onderwijs te geven. De levensbeschouwelijke identiteit van bijzondere scholen bestaat dus niet slechts uit een formele identiteit die geformuleerd staat in beleidsdocumenten waar verder weinig aandacht voor is vanwege de overheersend economische manier van kijken. 

Een levende identiteitsvisie betekent dat leraren zelf nadenken over de identiteit van hun school en het onderwijs dat zij aanbieden. Een leraar die zich laat inspireren door de katholieke traditie, denkt na over zijn eigen professionele identiteit en normativiteit vanuit zijn eigen levensbeschouwelijke identiteit.  En dat niet alleen individueel, over de spirituele binnenkant, maar ook over de buitenkant: wat betekent dat dan voor onderwijs? Hoe kijken wij naar onderwijs? Waar kijken we dan naar? Wat betekent dit dan voor schoolorganisaties? En wat betekent dat voor de persoonsvorming van leerlingen? 

Pleidooi voor vorming

Hoewel alle docenten vanuit hun eigen visie op onderwijs een bijdrage leveren aan de persoonsvorming van leerlingen, geldt dit in het bijzonder voor de docent levensbeschouwing. Levensbeschouwelijk vormingsonderwijs streeft bewust naar de ethische en zingevende vorming van alle leerlingen, ongeacht hun achtergrond. De wens om persoonsvorming meer aandacht te geven kan voor een groot deel door dit vak worden ingevuld. 

Elk jaar ronden mijn leerlingen in havo 4 en vwo 4 het vak levensbeschouwing af met het schrijven van een levensvisieboek. Dit is een praktische opdracht waarin leerlingen aan de hand van verschillende deelopdrachten hun persoonlijke visie op het leven omschrijven. Aan het einde van hun opdracht worden leerlingen door mij uitgenodigd feedback te geven op het vak. Ik vraag onder andere of zij levensbeschouwing een belangrijk vak vinden dat op alle scholen in Nederland gegeven zou moeten worden.Het is interessant wat leerlingen opschrijven. Hieronder volgen drie reacties die leerlingen vorig schooljaar schreven: 

‘Levensbeschouwing gaat niet alleen over godsdiensten, maar juist ook over belangrijke normen en waarden. Dat het belangrijk is dat je er bent voor elkaar, dat je anderen helpt. Je leert om na te denken over de zin van het leven. Daar heeft iedereen iets aan. Je ziet nu in deze coronatijd juist hoe belangrijk het is dat we er zijn voor elkaar en dat iedereen zich houdt aan bepaalde regels. Alleen dan gaan we het virus overwinnen.’ 

‘Ik vind het belangrijk om levensbeschouwing te geven op alle scholen omdat ik vind dat iedereen de kans mag krijgen om zich te ontwikkelen. Op school moet je veel leren, maar ik geloof erg dat het belangrijk is om te leren hoe je met het leven om moet gaan en dat dit misschien wel belangrijker is dan woordjes Duits of natuurkundige formules.’ 

‘Het is belangrijk om dit soort opdrachten en het vak levensbeschouwing te geven, zodat mensen zichzelf gaan ontdekken, en erachter komen wie zij nou daadwerkelijk zijn.’ 

Kortom: deze leerlingen hebben goed door dat levensbeschouwing een belangrijke bijdrage levert aan persoonsvorming. 

Bijdrage leveren 

Binnen het vak levensbeschouwing zijn de vragen naar uiteindelijke zin en het uiteindelijke goede de belangrijkste leidende vragen. Het vak daagt leerlingen uit te onderzoeken waar zij persoonlijk voor leven en hoe zij een bijdrage kunnen leveren aan de gemeenschappen waar zij deel van uitmaken. 

Leerlingen vormen zichzelf tot personen met volwassen vrijheid waarbij een zinvolle en moreel goede levenshouding wordt aangenomen met het oog op zichzelf en de samenleving. Dit gebeurt door dialoog met anderen en het uitwisselen van verhalen, waarbij ook de levensbeschouwelijke tradities worden ingebracht. De waan van de dag, door de overheid vastomlijnde eindtermen en de sturing op resultaat en meetbaarheid zouden ervoor kunnen zorgen dat er aandacht voor persoonsvorming op de achtergrond geraakt. Bijzondere scholen zouden hier alert op moeten zijn.  

Binnen de katholieke visie op het onderwijs is er bewust aandacht voor de vorming van de gehele mens tot vrije en verantwoordelijke wezens. Persoonsvorming is niet vanzelfsprekend binnen het onderwijs en dreigt ondergesneeuwd te worden als hier niet expliciet aandacht voor is binnen het lesrooster. Het risico bestaat dat schoolleiders van mening zijn dat een vak als levensbeschouwing beter van het lesrooster geschrapt zou moeten worden. Dat zou jammer zijn. Want hoewel alle vakken kunnen bijdragen aan persoonsvorming, heeft geen enkel vak dit expliciet als doel. Met uitzondering van het vak levensbeschouwing.

0 Gedeeld

Laat een reactie achter