De lieve buurvrouw, of een oma waar bijna alles mag. Zo worden de vrijwilligers omschreven die zich inzetten als steunouder. Met hen kunnen kinderen cakejes bakken, naar het museum, of lekker spelen in de speeltuin. In de Krimpenerwaard is coördinator Petra Biemans op zoek naar nieuwe steunouders.

Het begrip steunouder is in het Groene Hart nog niet zo bekend en daar wil Biemans verandering in brengen. ,,Door de uitbraak van het coronavirus is het een en ander vertraagd en proberen we nu bijvoorbeeld ook online matches te maken. We hebben op dit moment negen vraaggezinnen. Met vijf hebben we al een match kunnen maken.”

Het idee van een steunouder, de naam zegt het al, is dat deze vrijwilliger een gezin ontlast en ouders ondersteunt. ,,Vaak zijn het gezinnen in een kwetsbare situatie”, vertelt Monique Albeda (63), die zich al twee jaar inzet als steunouder. ,,Deze gezinnen zijn overbelast door zaken die veel tijd, aandacht en geld vragen.” Denk aan stellen die in scheiding liggen, ouders die ziek zijn of schulden hebben. 

De kinderen in deze gezinnen hebben daar vaak onder te lijden. De steunouder onderneemt een of twee dagdelen per week iets leuks met de kinderen. ,,Ik ging met mijn kind vaak met de trein, dat vindt hij geweldig. Of we gaan naar de speeltuin, bakken cakejes, gaan zwemmen of spelen met duplo. Ik zeg voor de grap wel eens dat ik vast oefen voor als ik oma word.”

De inzet van steunou­ders werkt preventief, we kunnen hiermee de inzet van zware hulpverle­ning mogelijk voorkomen

Geen hulpverlener

Een steunouder is geen hulpverlener, benadrukt Biemans. ,,Ze nemen een stukje zorg en opvoeding over van de ouder, in overleg. Wat ze doen, wordt afgestemd op de behoeftes en wensen van de ouders.”

Vraag en aanbod worden nauwkeurig op elkaar afgestemd, een match is daardoor ook niet zomaar gemaakt. Ook vanwege de verschillende leeftijden van de kinderen én de mogelijkheden van vrijwilligers, bijvoorbeeld. ,,We hebben bijvoorbeeld iemand die heel graag wil dat iemand op zondagmiddag een paar uurtjes de zorg voor haar kind overneemt. Daar zoek ik dan een vrijwilliger bij”, legt Biemans uit. 

De vrijwilligers worden getraind en begeleid door de coördinator en moeten een verklaring omtrent gedrag overhandigen. Biemans is ook aanwezig bij de eerste kennismaking. Hoe lang er hulp nodig is, wisselt per gezin. In principe gaan vrijwilligers een samenwerking aan voor minimaal zes maanden.

,,Je bouwt een band op met het kind”, vertelt Albeda. ,,Het is zo leuk om zijn ontwikkeling te zien. Van zijn ouders begrijp ik dat hij enthousiast is over zijn bezoekjes aan mij.”

Een goede match is belangrijk, om te voorkomen dat een kind na een korte periode weer een andere steunouder krijgt. Biemans: ,,We proberen de drempel laag te houden. De inzet van steunouders werkt preventief, we kunnen hiermee de inzet van zware hulpverlening mogelijk voorkomen. Ouders kunnen doordat vrijwilligers even de zorg overnemen, op adem komen.  In die tijd kunnen ze andere zaken regelen. Zodat ze daarna weer beter in staat zijn om voor het gezin te zorgen.”

Plaats in huis en hart

Albeda werd getrokken door de slogan ‘Heb je plaats in huis en hart?’ ,,Die plek heb ik. Hij mag bij mij verwend worden. Natuurlijk corrigeer ik hem wel, als dat nodig is. Maar hij mag leidend zijn. Als hij koekjes wil bakken, doen we dat. Wil hij naar de speeltuin, dan gaan we lekker spelen. Je hoort wel eens verhalen van mensen die het in hun jeugd niet makkelijk hadden, maar wel die ene buurvrouw of oma hadden waar een plekje voor hen was. Die buurvrouw kun je als steunouder zijn.”

Bron: Algemeen Dagblad, 6 okt 2020

0 Gedeeld

Laat een reactie achter