De coronacrisis heeft een spanningsveld aan het licht gebracht over de plaats van de zorg voor ouderen in onze samenleving. Gaat het over kwaliteit van leven van de ouderen of moeten ze vrij van ziekten zo lang mogelijk leven? Het stopzetten van de bezoekregeling heeft geleid tot een onaanvaardbare sociale isolatie en daarmee dit onderwerp geagendeerd.

De preventieve taak ter bescherming tegen infectieziekten is in heel ons land niet goed gegaan. Daar komt bij dat aan de afzonderlijke kwetsbare groepen te weinig specifieke aandacht is besteed. De lessen uit het verleden zijn niet serieus genomen.

Eenzijdige aandacht

Voor de bescherming van ouderen was bekend dat een griepvirus kon leiden tot een forse stijging van het aantal doden. Tijdens de lange griepepidemie in 2014-2015 waren er 8.600 doden. De eenzijdige aandacht voor de ziekenhuiszorg mag niet goed gepraat worden. Het regime van virologen en artsen was leidend. Hier zijn eenzijdige afwegingen gemaakt. Teleurstellend was dat de prioriteit voor kwaliteit van leven niet zwaarder heeft gewogen. Ouderen en hun familie hebben niet de ruimte gekregen het leven volgens hun wensen in te richten.

Eigenlijk is het al lang geleden misgegaan met de inclusie van kwetsbare ouderen in de samenleving. Bij  het onderbrengen van de hele zorg voor ouderen in de AWBZ in het midden jaren negentig  van de vorige eeuw is een afslag genomen naar een benadering waarbij niet de belangen van ouderen en hun familie centraal staan maar financiële doelmatigheid en regels. De nieuwe wetten en decentrale sturing daarna hebben deze lijn versterkt.

Noodzakelijke hulpmiddelen

De leidende gedachte zou moeten zijn om ouderen in de maatschappij te laten wonen gesteund door familie, omgeving en professionele deskundigheid. De tijd ligt terecht ver achter ons dat kinderen een ‘verzekering’ voor de ouderdom waren. Een  belangrijke les van deze tijd is dat hulp en samenwerking dichtbij noodzakelijke hulpmiddelen zijn voor het voortbestaan ​​van een  hele gemeenschap. Je ziet dat familieleden hun ouderen willen zien vanwege wederzijdse kwaliteit van leven. Zij  willen niet weten van een verblijf zonder garanties hiervoor. Als we deze opvatting serieus nemen, heeft dit consequenties voor de organisatie van de zorg voor ouderen

Hier liggen nieuwe kansen. Dus geen optuigen van voorzieningen uit het verleden zoals verzorgingshuizen. Laten we beginnen met de volgorde goed te definiëren. Kwaliteit van leven voorop. Daarbij steun vanuit familie, vitale medemensen en omgeving. Hoogwaardige deskundigheid snel en direct beschikbaar via wijkverpleegkundige en andere deskundige professionals. Bij voorkeur thuis of in een gezondheidscentrum dan wel via een observatie op een diagnostische ouderenzorgafdeling.

Inclusie

Bij langdurige ondersteuning moet er altijd gezocht worden naar herstel- en participatiemogelijkheden die passen bij deze mens en zijn familie. Dit kan betekenen in een herstelverpleeghuis. Maar altijd gericht op terugkeer naar de eigen omgeving en afgestemd met deze persoon zelf, zijn familie en omgeving. Het verpleeghuis is semipermeabel en daarmee is de zorg voor ouderen geen doodlopende weg meer waar geldt ‘Opgenomen is Opgegeven’. Dan is er dus geen uitsluiting meer, maar inclusie in de samenleving met een nadruk op kwaliteit van leven!

Armand Höppener
Oud psychiater bestuurder en toezichthouder zorg

7 Gedeeld

Laat een reactie achter